Gezonde groen-blauwe stad

Overslaan: Interactieve visual (Genially)

De interactieve content hieronder is mogelijk niet toegankelijk.

Gouda is een stad die gekenmerkt wordt door het blauw van het water en het groen rondom, maar ook zeker het groen in de stad zelf. Het blauwe en het groene gaan uitstekend met elkaar samen en dienen vergelijkbare doelen.

We leggen de focus op het bevorderen van onze gezondheid door hier bij de inrichting van de stad rekening mee te houden: een aantrekkelijkere en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, voorkomen van hittestress (bijv. door aanleg van water, en positief gebruik van frisse wind), en zorgvuldig gekozen transitie- of ontwikkellocaties. Bij stedelijke ontwikkeling wordt groen toegevoegd ten behoeve van opvang van regenwater en de bevordering van biodiversiteit (zoals ook aangegeven in de Structuurvisie Groen). Gezien de grote opgave waar we qua klimaatadaptatie voor staan, zal er in de toekomst mogelijk nog éxtra ingezet moeten worden op het maken van extra ruimte voor water en groen.

Convenanten zoals ‘Klimaatadaptief bouwen’, het ‘Schone lucht-akkoord’, de ‘City-deal elektrische deelmobiliteit’, ‘Binnenstedelijk bouwen’, ‘Green deal zero emission stadslogistiek’ en ‘Groen moet je doen’ worden dan ook omarmd met deze visie.

Optimale inzet van onze openbare ruimte

In de openbare ruimte komt een aantal doelen tot stand:

  • Hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingsrisico zo gering mogelijk maken

  • Een leefomgeving die een gezonde levensstijl bevordert

  • Een sterkere groenstructuur voor Gouda, die ook ruimte biedt voor natuur en biodiversiteit

  • Zo schoon mogelijke lucht, bodem, en water (oppervlakte en grond)

  • Innovatieve manieren om met bodemdaling om te gaan

Groener-Blauwer Gouda

We hebben de ambitie om Gouda groener en blauwer te maken. Dit heeft de stad nodig om zich aan te kunnen passen aan de klimaatveranderingen, om een gezonde levensstijl te bevorderen en om de biodiversiteit te vergroten. We streven ernaar dat alle Gouwenaren groen nabij hebben, door actief ruimte te maken voor groen. Het versterken en vergroenen van de verbindingen naar groengebieden (buurtparken, wijkparken, grootschalig groen) horen daarbij. Hier maken we op de volgende manieren werk van:

  • De omvang van het groen moet gelijke tred houden met de omvang van de woningbouw. Groenere tuinen, daken en straatinrichting dragen daar ook aan bij. Het aantal m2 groen en het aantal bomen laten we de komende jaren groeien; onder andere door bij projectontwikkelingen 15% van het oppervlak te reserveren voor groen, en door bij gemeentelijke projecten zoals rioolvervanging en ophogingen de openbare ruimte groener in te richten. Als genoemd in ‘Toolbox’ voor slim ruimtegebruik: ‘Beter benutten’ is het ook een mogelijkheid om randvoorwaarden te stellen aan de maximale verhardingsgraad bij nieuwe ontwikkelingen.

  • We gaan op zoek naar locaties in de openbare ruimte waar verharding kan worden omgezet naar groen. Met het initiatief ‘Groen Moet je Doen’ zijn al de eerste tegelpleinen omgezet in plantsoenen. Dit verdient navolging op andere locaties in de stad.

  • In samenwerking met ondernemers en vastgoedpartijen streven we naar een efficiënt gebruik van bedrijventerreinen (zie Florerende stad). Dit genereert ruimte voor een groene kwaliteitsinjectie, die bedrijventerreinen een hoogwaardige en duurzame uitstraling geeft.

  • Het inzetten van duurzame vormen van mobiliteit moet op termijn tot gevolg hebben dat minder parkeerplaatsen nodig zijn in de openbare ruimte. Deze overbodige parkeerplaatsen kunnen dan worden omgezet in groen, juist in delen van de stad waar de openbare ruimte nu wordt gedomineerd door geparkeerde auto’s.

  • Een voorwaarde is dat de omzetting van verharding in groen wordt uitgevoerd in balans met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

  • Groenere inrichting van particuliere tuinen, zoals dit al aandacht krijgt met de ‘Operatie Steenbreek’ en de werkgroep Tuinambassadeurs: stimulans en advies hoe tuinen meer bio-divers en meer klimaat-adaptief te maken

  • Om het groen en water rond de stad te kunnen ervaren is een goede toegankelijkheid en kwaliteit belangrijk. Op dat punt zijn in het afgelopen decennium verschillende dingen bereikt, zoals de aanleg van recreatiegebied Oostpolder, het toegankelijker maken van de IJsseloever bij de uitvoering van de dijkversterking, en het pontje naar Goudasfalt. Toch vraagt het laten aansluiten van de stad op het omringend landschap de komende jaren blijvend aandacht, evenals het verder toegankelijk maken van de oevers van rivieren en kanalen.

  • En tot slot: het ene groen is het andere niet. Oftewel, in bovenstaand proces moet er steeds ook aandacht zijn voor de kwaliteit van het groen; het maakt verschil of je tegen struikgewas aankijkt of een veld met grote bomen. We willen de inwoners de gelegenheid geven om te participeren in het ontwerp en (indien gewenst) beheer van het openbare groen. Door de gemeente en met inbegrip van de resultaten van de participatie moet het gewenste kwaliteitsniveau worden bepaald. Dit kan leiden tot een hogere kwaliteit van het groen, en meer saamhorigheid tussen de mensen.

Verbetering biodiversiteit

Sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw wordt in Gouda gewerkt aan ecologisch beheer van de openbare ruimte. Ecologisch beheer is een manier van beheren van groen- en waterstructuren, gericht op het vergroten van de biodiversiteit en ecologische waarden. Met deze ervaring is er stadsbreed ingezet op ecologisch beheer van het groen. Door de jaren heen zijn vele gemeenten en organisaties in Gouda op bezoek geweest om kennis te maken met het ecologisch beheer in Gouda. Daarnaast heeft Gouda verschillende prijzen gewonnen op het gebied van ecologisch beheer van bermen. We zien hier onze aandacht voor bosplantsoenen, vlinderranden en ‘sinusmaaien’ terug. De komende jaren wordt daar blijvend aandacht aan besteed en bezien hoe dit ecologisch beheer nog structureler kan worden doorgevoerd. Verder bestaat er een register van monumentale bomen.

Integrale benadering van water

Van oudsher speelt water een belangrijke rol voor Gouda. Gouda is aan het water ontstaan, en dankt er haar economische bloeiperiode aan. Vandaag de dag speelt water nog steeds een grote rol in bijvoorbeeld de beleefbaarheid van het historische verstedelijkingspatroon van de stad, toerisme, recreatie, biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit / beleving. Het water is beeldbepalend voor de goudse binnenstad. Ook is water een belangrijke factor om om te gaan met de effecten van het veranderend klimaat

In de loop van de eeuwen is veel water uit de (binnen-)stad verdwenen. Het is mogelijk om dat terug te brengen. Maar het is daarbij van groot belang niet over één nacht ijs te gaan. Daarbij moeten de effecten op de gebouwen, de kosten(-dragers) en andere positieve en negatieve effecten beter in beeld zijn (het open maken van gedempte grachten werkt niet altijd positief en kan in gevallen een toename van wateroverlast betekenen, naast een verlies van ruimte voor verkeer en parkeren etc.). Bij het maken van plannen tot dat moment moet in ieder geval worden voorkomen dat het terugbrengen van waterelementen nog moeilijker wordt gemaakt (‘no-regret’). De Watervisie van de Wateralliantie bevat waardevolle voorstellen, maar de gemeente moet deze breder afwegen, en veel zal nog moeten worden onderzocht, berekend en op haalbaarheid moeten worden getoetst. Overigens voorziet het kaderplan Bodemdaling Binnenstad inmiddels al in de behoefte aan een plan voor de omgang met bodemdaling. Ook houden of maken we bij de (her-)inrichting van onze stad voldoende ruimte voor water, zoals bijvoorbeeld duidelijk te zien is in Westergouwe.

De keerzijde van water is de waterveiligheid. In het kader van de waterveiligheid werken we samen met het waterschap en zetten we in op het sterk en op peil houden van onze dijken en afvoercapaciteit (gemalen) (door het Waterschap). Dijken worden daarbij gemonitord en verhoogd of versterkt waar nodig. Ook wordt er gekeken naar de waterbergingscapaciteit. Als er daarvoor betaalbare mogelijkheden zijn, wordt in de waterbergingscapaciteit ook gekeken naar de historische watergangen in de binnenstad; zo worden waterveiligheid en cultuurhistorie gekoppeld.

Klimaatadaptief Gouda

De klimaatveranderingen raken ook Gouda. De nadelige effecten daarvan beperken we zoveel mogelijk. We zullen de bewoners tijdig en goed informeren, over wat zij zelf kunnen doen. We passen onze omgeving aan op het klimaat (adaptatie). Vanuit de verwachting dat de klimaatverandering steeds sneller zal verlopen, zal het op termijn nodig zijn aanvullende maatregelen te nemen.

Voor de vier kernthema’s van klimaatadaptatie betekent dat:

  • Wateroverlast: Door de klimaatverandering stijgt het aantal extreme buien. Dat, in combinatie met de bodemdaling in Gouda, zorgt voor dubbel risico op wateroverlast. Regenwater moet zoveel mogelijk worden vasthouden zodat het infiltreert in de bodem en niet versneld op het riool wordt geloosd (dat zo’n hoeveelheid niet aankan). Belangrijk is dat – ook in geval van hevige buien – de belangrijkste publieke voorzieningen bereikbaar blijven;

  • Hittestress: Door de klimaatverandering zijn er meer, langere en hetere periodes. In dicht stenig stedelijk gebied loopt de temperatuur tijdens deze periodes hoger op en wordt de warmte langer vastgehouden. Gebouwen goed isoleren houdt de warmte zo lang mogelijk buiten. En door op de heetste gebieden water en groen toe te voegen, daalt de temperatuur bij hitte (door verdamping en schaduw-werking). Ook willen we recreatieve mogelijkheden aanbieden op koelere plekken.

  • Droogte: Door droogte daalt de grondwaterspiegel. Buiten de oude binnenstad heeft deze verlaging tot gevolg dat de bodem verder inklinkt, zodat gebouwen en wegen sneller zakken. Voor gebouwen met (deels) houten funderingspalen kan dit tot problemen leiden, als de palen aan de lucht worden blootgesteld (waardoor deze worden aangetast). Ook verdrogen de groengebieden zoals de Heemtuin, en komt zilt water de stad binnen; beide hebben een verstorend effect op de aanwezige flora (en fauna). Door een actief grondwaterpeilbeheer te voeren, en regen zoveel mogelijk in de openbare ruimte en op particulier terrein op te vangen en vast te houden, kunnen we dit negatieve effect verzachten.

  • Overstromingsrisico: Overstroming kan plaats vinden vanuit de Hollandse IJssel, maar ook vanuit de regionale wateren zoals kanalen en boezemsystemen. De primaire en regionale waterkeringen (dijken) beschermen ons tegen overstromingen vanuit zee en rivieren. Tegelijkertijd weten we dat we niet tot in het oneindige kunnen blijven vechten tegen overstroming, en er ook méé zullen moeten ontwerpen (‘meerlaagse veiligheid’).

Het aanpassen van de leefomgeving vanwege het klimaat op de bovengenoemde thema’s en de ingrepen die hiermee samenhangen, leveren ook kansen voor het verbeteren van de leefomgeving zelf.

Natuur en recreatie in evenwicht

Bij de ontwikkelingen in onze gemeente zoeken we naar mogelijkheden voor het verbeteren van de biodiversiteit. Ook streven we naar een positieve invloed op de natuur buiten onze gemeentegrens, voor zover we daar invloed op hebben. Bijvoorbeeld het veenweidegebied in het Groene Hart, de Reeuwijkse Plassen (via de Groenalliantie) en Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein.

Samen met de stakeholders (natuurverenigingen, recreatie-partijen e.d.) gaan we de mogelijkheden onderzoeken om op gepaste wijze de recreatieve mogelijkheden in en om onze stad te optimaliseren, op een manier die goed samengaat met de natuurdoelen. Deze gebieden bieden ook bij hitte in de stad een welkome verkoeling, en bevorderen daarmee de gezondheid van ons allemaal. De Goudse Hout is daar al een goed voorbeeld van; recreatie en natuurbehoud (en -ontwikkeling waar mogelijk) gaan hier hand in hand. Ook kleinschalige opwekking van duurzame energie op plaatsen waar dat ruimtelijk goed kan worden ingepast, wordt daarbij niet uitgesloten (bijvoorbeeld op parkeerterreinen van recreatieparken).

Er wordt actief gekeken naar het vergroten van de biodiversiteit. Zo heeft de gemeente een stadsecoloog in dienst, die ecologisch beheer promoot en implementeert. Er liggen al vele kilometers ecologische oevers door de stad, en deze breiden we in de toekomst verder uit. We behouden en beschermen groene gebieden zoals de Oostpolder, om ruimte te geven aan bijvoorbeeld weidevogels etc. Mede gezien de groeiende bevolking benutten we waar mogelijk kansen om de natuur- en recreatiegebieden van de Groenalliantie uit te breiden.

Gezondheid bevorderen

We streven naar een leefomgeving die een positief effect heeft op het gedrag en de leefstijl van de Gouwenaren. Onze ambitie is:

  • Genoeg ruimte in Gouda om te sporten, bij kwalitatief goede en laagdrempelige voorzieningen

  • Vrijheid van bewegen vergroten, met minimale milieu-impact. Dat doen we bijvoorbeeld door:

    • Uitnodigen tot fietsgebruik en wandelen naar werk, sport en voorzieningen, door het verbeteren en maken van een fijnmazig netwerk van loop- en fietsroutes

    • Verbeteren van de fietsverbindingen binnen de stad – tussen de wijken onderling en ook naar het centrum (zoals ook een nieuwe verbinding tussen Westergouwe en de rest van de stad)

    • De aanleg van aanvullende doorfietsroutes en recreatieve mogelijkheden naar regionale bestemmingen en het buitengebied, en het beter benutten van bestaande routes

    • Het bieden van meer recreatiemogelijkheden in de buitenlucht, binnen maar juist ook aan de randen van de stad (in de grote groengebieden)

    • Bij al deze voorzieningen rekening te houden met mensen die minder goed ter been zijn (ouderen / mensen met een beperking), in relatie tot de verkeersveiligheid, openbaar vervoer, en wegen en paden zonder hobbels en obstakels

  • De binnenstad het domein maken van voetgangers en fietsers

  • Dat de hoge belevingswaarde van de verbindingen en routes die we tot onze Historische Linten rekenen vanwege de eeuwenoude historie en de hoogwaardige historische inrichting herkenbaar blijft

Gezonde en leefbare wijk

We werken aan een gezonde en leefbare wijk. We ontwikkelen een ‘integrale aanpak gezonde wijk’ waarbij aandacht is voor factoren als leefbaarheid, rust en activering. Het doel is om concrete gezondheidswinst te boeken. Op basis van gezondheidsgegevens zullen we hiervoor om te beginnen één specifieke wijk aanwijzen (Kort Haarlem) als pilotproject, om zodoende capaciteit en middelen gericht in te kunnen zetten, daar waar we het meeste effect verwachten. Bij het aanwijzen van een wijk wordt onder andere rekening gehouden met de volgende factoren: lage sociale economische status, overgewicht, groen in de wijk en sport/bewegingsmogelijkheden. Primaire inzet is daarbij om de huidige middelen beter te richten en op basis daarvan de doelen te bepalen. Als er een afweging op zijn plaats is tussen doelstellingen en beschikbare middelen zal dit worden voorgelegd. Hierbij (zie ook Gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving) is van belang dat er niet alleen wordt geïnvesteerd in de fysieke ruimte maar ook dat er gekeken wordt naar sociale aspecten (e.g. auto-/fietsbezit, sociale mobiliteit) en dat daarmee op wijkniveau specifieke verbetervoorstellen worden gedaan. Bij de uitwerking zal de doelstelling ‘concrete gezondheidswinst’ meetbaar worden gemaakt.

Gezond milieu

We streven naar een zo schoon mogelijke lucht in Gouda. O.a. schonere vormen van mobiliteit (zoals elektrische stadsdistributie, indien mogelijk via één hub) spelen hierbij een belangrijke rol. Voor de bodem en water ligt de focus op het naleven van de wettelijke normen. De kwaliteit van de bodem moet zo zijn dat de functies wonen, werken, infrastructuur, natuur en landbouw op een verantwoorde wijze toegewezen kunnen worden en mogelijk zijn. Ongewenste veiligheidsrisico’s moeten hiermee tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt. In samenspraak met ondernemersvertegenwoordigers en onderwijs- en kennisinstellingen willen we innovatie die gericht is op het beperken van milieu-impact. Voor woonlocaties gelden wettelijk gezien hoge gezondheids- en veiligheidsnormen. Voor bestaande woonwijken in Gouda heeft dit een hoge prioriteit. Op transformatielocaties is de uitdaging op dit punt groot. In samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen zoeken we naar slimme keuzes op gebied van stedenbouw en mobiliteit, zodat ook deze locaties aan de wettelijke normen kunnen voldoen. Wel dient er bij de bouw en vormgeving van de openbare ruimte naar te worden gestreefd de negatieve impact tot een minimum te beperken (bijvoorbeeld door het nemen van aanvullende geluidwerende voorzieningen, of het bieden van aanvullende vluchtroutes).

Schone openbare ruimte

Wat afval betreft werken aan een schoon Gouda met zo weinig mogelijk zwerfaval. De manier waarop dat het beste kan worden bereikt wordt operationeel uitgewerkt bij het bepalen van uitgangspunten voor afvalinzameling en het evalueren daarvan.

Goudse Bodemdaling

We beschouwen bodemdaling voor dit moment min of meer als een gegeven, en zoeken naar (innovatieve) manieren om overlast te beperken. Bij nieuwe ontwikkelingen dient altijd rekening te worden gehouden met de draagkracht van de ondergrond, waarbij het beperken van de restzetting op de lange termijn het doel is. Het vinden van overlastbeperkende oplossingen is maatwerk. De kennis die we hiermee opdoen maakt Gouda tot een expert in het omgaan met stedelijke bodemdaling. Via het Platform Slappe Bodem, het Kenniscentrum Bodemdaling en Campus Gouda zetten we in op kennis en innovatieve oplossingen. Om bodemdaling zoveel mogelijk tegen te gaan hanteren we het uitgangspunt om het grondwaterpeil zo hoog mogelijk te houden. Ook is het gebruik van actief grondwaterpeilbeheer standaard in vooroorlogse wijken, waar het risico op paalrot op de loer ligt. Een uitzondering daarop vormt de aanleg van een compartiment in de oude binnenstad. Na eeuwenlange zetting wordt de bodemdaling daar bijna uitsluitend door het gewicht van de stad veroorzaakt, en de hoge grondwaterstand veroorzaakt in het deel dat het snelst zakt onacceptabele overlast. Daar wordt ter vermindering van deze overlast het oppervlakte- en grondwaterpeil verlaagd.

Bodemvisie

We nemen meer regie in de inrichting van de ondergrond. Hiermee zorgen we ervoor dat de grote ruimtelijke opgaven ook ondergronds goed kunnen worden ingepast. Als dat niet goed gebeurt zullen de vele functies immers in toenemende mate met elkaar gaan conflicteren. Denk aan archeologie, warmtesystemen, fundering, bodemdaling, kabels en leidingen, ondergrondse afvalcontainers in het kader van een zo circulair mogelijke economie en samenleving, klimaatadapatie, riolering en boomwortels en het archeologisch bodemarchief. Ruimtelijke keuzes worden nader uitgewerkt in het Omgevingsbeleid Ondergrond, waarin ook zaken rondom bodemverontreinigingen e.d. worden behandeld. E.e.a. zal worden verwerkt in de eerstvolgende actualisatie van de Omgevingsvisie.

Effecten van Covid

Belangrijke effecten als gevolg van de Covid-pandemie (zoals we dat zien in 2021) zijn:

  • Mogelijke gevolgen voor werkplekken zoals kantoren; wellicht is daar straks minder vraag naar. Dat kan betekenen dat meer kantoren die nu al leegstaan (eerder) voor transitie in aanmerking komen (zie Ontwikkelstrategieën voor onze stad)

  • Thuiswerken: de scheiding van woon- en werklocatie is veranderd. Naast bovenstaande verandering van vraag naar kantoren, zal dit invloed gaan hebben op het gebruik van bestaande woningen en eisen aan nieuwe woningen, maar ook aan de leefomgeving.

  • (In ieder geval) Tijdelijke gevolgen voor mobiliteit: de files zijn korter en minder; wellicht is hierdoor later behoefte aan aanvullende infrastructuur, én kan meteen sterker worden ingezet op duurzame vervoerswijzen (zie duurzame mobiliteit)

  • Voor de openbare ruimte: Door meer thuiswerken is er een extra reden om bewegen in de openbare ruimte te stimuleren.