Milieueffectrapportage (m.e.r.)

De gemeente is een traject gestart om samen met inwoners, ondernemers, instellingen en andere partners een Omgevingsvisie op te stellen. De bedoeling vanuit de Omgevingswet is dat er binnen de fysieke leefomgeving één visie is op strategisch niveau. De Omgevingsvisie is dus het document dat voor samenhang zorgt in strategische keuzes voor de omgeving. Dit moet een solide basis vormen voor het doorvertalen van de strategie in programma’s en het gemeentelijke Omgevingsplan.

 De inhoud van de omgevingsvisie bepaalt of het verplicht is een m.e.r.-procedure te doorlopen. Dit is het geval, wanneer:

  • De omgevingsvisie kaders stelt voor activiteiten die volgens de wet m.e.r.-plichtig of m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde stedelijke ontwikkelingsprojecten, de bouw van woningen of de aanleg/wijziging van autowegen

  • Op voorhand niet kan worden uitgesloten dat als gevolg van de strategische keuzes in de omgevingsvisie significante negatieve effecten optreden op Natura 2000-gebieden

 Wij willen de omgevingseffectrapportage (zie kader) van meerwaarde laten zijn en gebruiken om keuzes te maken bij het verder uitwerken van een kaderstellende Omgevingsvisie.

Wat is m.e.r., wat is MER en wat is OER?

M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie. Gouda kiest ervoor om niet alleen milieueffecten maar ook andere omgevingseffecten in beeld te brengen. Daarom praten we niet over een planMER maar over een Omgevingseffectrapport (OER). Voor de juridische juistheid wordt nog wel gesproken van een m.e.r.-procedure.

In 2020 willen we de eerste versie (ontwerp) van de Omgevingsvisie Gouda 2040 vaststellen. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure is de m.e.r.-procedure (formeel een milieueffectrapportage). Het OER levert de informatie die nodig is voor een zorgvuldig besluit over de Omgevingsvisie, waarbij alle relevante belangen (waaronder die van de leefomgeving) zijn meegewogen. Het OER beschrijft en verantwoordt de resultaten van dit proces.  Het OER zelf wordt tegelijk met de ontwerp Omgevingsvisie ter inzage gelegd.

NRD als eerste stap

De eerste stap in het opstellen van het OER is het vaststellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Deze NRD beschrijft welke omgevingsaspecten en effecten in het OER onderzocht gaan worden (‘reikwijdte’). Daarnaast geeft het informatie over de manier waarop de effecten van de Omgevingsvisie onderzocht zullen worden en met welke diepgang (‘detailniveau’). De NRD vormt de basis voor het raadplegen van betrokken instanties en voor inspraak. Het college van B&W heeft de NRD op 23 juni 2020 vastgelegd (Download de notitie reikwijdte en detail PlanMER Omgevingsvisie Gouda). Het is voor iedereen mogelijk om binnen een periode van 6 weken een zienswijze op deze notitie in te dienen.